donderdag 2 april 2015

Werken aan Europa United

900.000. 900.000 Mensen. Dat is het aantal dat we naar verwachting tekort komen aan ICT-ers in Europa in 2020. Bijna 1 miljoen mensen dus. Bijna 1 miljoen vacatures die we niet vervuld krijgen. Dan, in 2020. Ja, er zijn nu al tekorten aan mensen met een bepaalde opleiding en ervaring en ja, dat wordt denk ik alleen maar meer. Én ja, daar moeten we als Europa United wat aan doen. Daarom geloof ik in de Grand Coalition for Digitaljobs. Daarom geloof ik in onze gezamenlijke aanpak via het project DigitalJobs dat strijdt tegen deze tekorten.

Maar er zijn ook dingen waar ik niet in geloof.

Ik geloof niet in het verwachte tekort van 900.000, want zover laten de werkgevers het helemaal niet komen. Die vinden dan hun eigen oplossingen: nemen bijvoorbeeld genoegen met minder groei, verhuizen naar een land in een ander werelddeel waar wel voldoende talent is.

Ik geloof ook niet dat het gaat om een tekort van 900.000 ménsen, want echt, ze zijn er nog in 2020, ondanks ontgroening en vergrijzing. Ze wonen alleen op de 'verkeerde' plek of hebben de 'verkeerde' opleiding of werkervaring. En daar zit denk ik de grootste uitdaging.

En die is in de basis vier-ledig:

  1. Hoe krijg en houd ik de jonge bevolking geïnteresseerd voor ICT en techniek en wat kan ons onderwijssysteem aan de basisvorming hiervoor met nieuwe vormen van onderwijs bijdragen?
  2. Hoe zorg ik ervoor dat als ze IT of tech zijn opgeleid, hun opleiding ook echt bij de (toekomstig) beschikbare banen past en blijft passen?
  3. Hoe kan ik (werkloze) mensen uit andere beroepsgroepen omscholen?
  4. Hoe krijg ik aanbod van x naar y of vraag van y naar x?

Familie
En met die laatste, korte termijn uitdaging, houden wij ons nu in het DigitalJobs project bezig: hoe krijg ik mensen die al de 'juiste' skills hebben en bv. in Spanje wonen waar weinig banen zijn naar werkgevers die deze mensen graag willen inzetten in landen als bv. Duitsland of Nederland? En dat is nog niet zo gemakkelijk als het klinkt. Mijn brein zegt rationeel: vraag hier, aanbod daar, breng het bij elkaar en het is opgelost. Maar zo simpel is het dus niet. Want de huidige arbeidsmobiliteit tussen de EU-lidstaten is slechts 3,3%, terwijl wij Europeanen ons het recht verworven hebben om in elk EU land vrij te mogen werken. Sterker nog, we zien in landen zelf dat het zo niet werkt: in essentie zou Italië grotendeels haar eigen problemen op kunnen lossen: als de mensen met de skills uit het zuiden allemaal zouden verhuizen naar de werkgevers met de vacatures in het noorden, ben je bijna klaar. Maar ze willen niet. Je gaat als Napolitaan toch niet in Milaan wonen. Weg van je familie, in het vreemde noorden. Ik breng het hier wat cynisch, maar begrijp het ook wel: als familie en vrienden je belangrijkste waarden zijn, dan gà je niet weg. Maar van de andere kant: als je dan met die mensen om je heen thuis zit met een schamele uitkering, dan krab je je heel misschien af en toe wel achter de oren hoop ik.

Braincirculation
Hoe kunnen we dan toch die arbeidsmobiliteit verhogen? Want ik geloof er wel in dat dit bij kan dragen aan ons 900.000 probleem. Ik denk stap-voor-stap met de mensen die wel willen. Wellicht weet men niet dat er kansen zijn op werk in andere landen of weet men te weinig over die andere landen om er een goed en positief beeld over te krijgen; weet men niet dat daar ook internationale scholen zijn, dat er Engels wordt gesproken. En daar beginnen we dus, om de awareness die er is te verhogen. Door met de mensen in die landen in gesprek te gaan: wat zijn hun drijfveren, hun motieven? En door het op een positieve manier te brengen: want dat veroorzaakt geen 'brain drain', maar is voor Europa gewoon 'baincirculation'.

Werk aan de winkel dus, als Europa United. En daar geloof ik in. Wordt vervolgd.

Yvonne van Hest,
Programma Manager bij Brainport Development


Working on Europe United

900.000. 900.000 people. That is the estimated shortage of IT workers in Europe in 2020. Nearly 1 million people. Nearly a million vacancies unfulfilled in 2020. Yes we are already dealing with a shortage of workers in certain fields with certain skills and yes, that shortage will probably grow. And yes, that is an issue we, as ‘Europe United´, need to face. That is why I strongly believe in the Grand Coalition for Digital Jobs. That is why I believe in a united method of working via the project Digital Jobs, a project that intends to lower these shortages.

However, there are also things I do not believe in.

I do not believe in the estimated shortage of 900.000, because I think the employers won’t let it come to that. They will find their own solutions: for example accept less growth or move to a part of the world harbouring enough talent for their needs.

Neither do I believe in a shortage of 900.000 people, because whatever you may think, the people will still be there in 2020, despite the ageing demographic. They might only live in the ‘wrong’ place, or they might have studied the ‘wrong’ subjects or gained the ‘wrong’ experience. I believe that herein lies the biggest challenge.

And that challenge has a fourfold base:

  1. How do you achieve and hold interest on IT and engineering among the younger demographic, and what can our educational system contribute by means of new forms of education?
  2. How do you make sure that if they have in fact finished an IT or tech study, that study actually links up (and stays linked up) with the available jobs (of the future)?
  3. How do you retrain (jobless) people coming from other professions?
  4. How do you get supply from x to y or demand from y to x?

Family
The latter, short term challenge, we at the DigitalJobs project are currently working on: how do you acquire people with the ‘right’ skills and residing in for example Spain where there is a shortage of jobs for employers that want to deploy those people in countries like for example Germany and The Netherlands? And that is not as easy as it sounds. My brain tells me rationally: demand here, supply there, bring those two together and it’s solved. But it’s not that simple. Because the current labour mobility between the EU member states is only 3.3%, while we as Europeans have earned the right to work freely in any EU member state we want. Indeed, in the countries themselves we are experiencing first hand that it doesn’t work that way: in essence Italy could, for the most part, solve their own problems: if the people with the skills in the south would move to the employers with the vacancies in the north, you’re nearly done. But they don’t want to. As someone from Napoli you wouldn’t want to live in Milan. Away from your family, in the strange north. I am painting a cynical picture here, I do get it however: if family and friends are of the utmost importance, of course you wouldn’t want to leave. But on the other hand, if you and your loved ones are sitting at home, sustained by a shabby welfare check, then hopefully you might want to think again.

Braincirculation
How then can we increase labour mobility? Because I do believe that this could contribute to our 900.000 problem. I think step by step with the people who are willing. Possibly people are unaware that there are labour opportunities in other countries, or people know too little about those countries to form a positive image about them; people might not know there are international schools, that people speak English there. That is where we start, to raise existing awareness. To open up conversations with people in those countries: what dictates their drive, what are their motives. And by bringing it in a positive manner: because this doesn´t cause a ‘braindrain’, but for Europe this is ’braincirculation’.

Time to work, as Europe United. And that is where I believe in. To be continued.

Yvonne van Hest,
Program Director at Brainport Development

vrijdag 20 maart 2015

Samen in beweging

De staart van de winter deed al het beste vermoeden, maar vanaf 21 maart krijgen de energie en de bewegingsdrang die we voelen officieel het label ‘lente’. Tevens krijgt de eerste lenteweek het etiket ‘Nationale Week van Zorg en Welzijn’. En laat zorg en welzijn, net als sport en bewegen, sectoren zijn die in beweging zijn en net als de lente heel wat energie en dynamiek uitstralen.

Een stukje van de oorzaak hiervan kan ongetwijfeld gezocht worden in tal van maatschappelijke veranderingen. We worden geconfronteerd met een samenleving die veroudert, individualiseert, digitaliseert, commercialiseert, medicaliseert, decentraliseert, intensiveert, etc. Deze ontwikkelingen en de verschuivingen binnen het ruime speelveld van de gezondheid(szorg) zorgen voor heel wat uitdagingen, maar bieden anderzijds tal van mogelijkheden en niet in het minst innovatie (in producten en diensten).

Voor mij komt dit in de Brainport Regio Eindhoven vooral tot uiting in nieuwe samenwerkingsmodellen waarbij cross-overs ontstaan tussen sectoren zoals zorg, sport- en bewegen, welzijn, techniek, etc. Door een bundeling van de krachten kan maximaal ingespeeld worden op de vragen van morgen.

De voorbeelden in de regio zijn legio, maar laat me zo vrij zijn om me te beperken tot een drietal voorbeelden van ‘groenten uit de tuin van Fontys Sporthogeschool’. Zo werken bijvoorbeeld momenteel Fontys Sporthogeschool, 2M Engineering en Brainport Development gezamenlijk aan de uitvoering van het project Living Lab Activ8, met als doel het voorkomen van bewegingsarmoede bij senioren door middel van de inzet van de Activ8. Met behulp van deze beweegsensor worden senioren gestimuleerd meer te bewegen en minder te zitten. In de uitvoering van het project wordt nauw samengewerkt met o.a. Vitalis Woonzorg Groep en fysiotherapeuten en beweegdeskundigen uit de regio.

Een ander voorbeeld van regionale samenwerking is het grootschalige impulsprogramma ‘Mine your own body’ waarin TU Eindhoven, Philips en Fontys Sporthogeschool samen werken aan technologie op maat gericht op breedtesport, vitaliteit en gezondheid.

Een derde voorbeeld is het Fontys Expertisecentrum Gezondheidszorg en Technologie dat recent onder impuls van Fontys Paramedische Hogeschool gelanceerd werd met als doel het verbeteren van de verbinding tussen zorgpraktijk en technologie. Binnen dit expertisecentrum worden de expertise van een groot aantal partners uit onderwijs, onderzoek, zorg en bedrijfsleven met elkaar verbonden.

Ik geloof sterk dat door middel van co-creatie en toegepast onderzoek bruggen gebouwd (kunnen) worden tussen actoren en sectoren. Alleen ga je misschien wat sneller, maar samen kom je zeker verder. En laat samenwerking nu net de kracht zijn van de regio Eindhoven.

Steven Vos 
Lector Move to Be – Fontys Sporthogeschool

woensdag 18 maart 2015

Wie kent Brainport?

Het werd weleens tijd om te weten. Als je als merk 10 jaar bestaat en toch aardig wat aan internationale marketing activiteiten ontplooit, de hele wereld over reist en de slimste regio van de wereld wordt, wie kent je dan?
Zo gezegd, zo gedaan. Vorig jaar kregen we de kans om een 3-tal vragen mee te laten lopen in een wereldwijd onderzoek onder 46.000 hoogopgeleiden in 45 landen. Best aanzienlijk dus. En ook eigenlijk wel spannend. Want: wie kent er nou eigenlijk Brainport?
Ik krijg in buurlanden die met 'talent attraction' bezig zijn altijd veel complimenten over ons sterke merk voor het aantrekken van talent (brains dus) en onze manier van branding, maar doen we het eigenlijk wel zo goed?

Na een paar maanden wachten - want de wereld moest natuurlijk wel eerst antwoorden - was het dan zover, de resultaten: 9% van al deze mensen kent ons. Tja, 9%. Ik was in eerste instantie best teleurgesteld, wat is nou 9%? De naamsbekendheid van merken als Philips en Coca Cola ligt naar schatting ergens rond de 60%. Maar ja, Philips en Coca Cola geven hier miljarden aan uit en Brainport, ach, een paar ton misschien.

Mmm, dat werpt een ander licht op de zaak. Dus doe ik een sommetje: 9% * 46.000 = 4.140. En mogen we dit dan ook doortrekken? Dat mag toch met een valide onderzoek? Laten we er dan vanuit gaan dat gemiddeld 5% van de wereldbevolking hoogopgeleid is. Dan doe ik nog een sommetje: 7.297.545.902 * 5% = 364.877.295 * 9% = 32.838.957. Dus.

Meer informatie

Who knows Brainport?
It is about time we should know. When your brand has existed for 10 years and you develop quite a lot of worldwide marketing initiatives, travel around the world and become the world's smartest region, then who knows you? No sooner said than done. Last year we got the chance to run 3 questions on brand awareness with a survey to 46,000 higher educated people in 45 countries. So quite considerable. And rather exiting. Because: who exactly knows Brainport?

I do get compliments from neighbouring countries that also have programs on talent attraction about our strong 'Brains' brand we use to attract international knowledge workers. But are these expectations met? Will our efforts be validated?

After waiting for the whole world to respond to our questions, we received the results: 9% of all these 46,000 people know us, know of the Brainport Eindhoven Region. Okay. So 9%. Actually, initially I was rather disappointed; 9% sounds so low… Brand awareness of brands like Philips and Coca Cola is around 60%. But then again, these brands spend billions on marketing and Brainport, well, maybe a few hundred thousand euros.

Hmm, that puts the results into a different perspective. So I start to calculate: 9% * 46,000 = 4,140. Hmm, is it permitted to extend this? I suppose we may with a valid research like this? Then let’s assume that an average of 5% of the worldwide population is highly educated. Then let me do another calculation: 7,297,545,902 * 5% = 364,877,295 * 9% = 32,838,957. So.

More information

Yvonne van Hest,
Program Manager International Labour Market Development at Brainport Development

maandag 9 maart 2015

Ingenieur van het Jaar


Van stedelijke metropoolgebieden tot de meest afgelegen hoeken van de aarde en van de diepste punten van de oceanen tot aan de ruimte: de mensheid heeft er altijd naar gestreefd om grenzen te verleggen, obstakels te overbruggen en mogelijkheden te creëren om onze levens te verbeteren. Ingenieurs hebben hier altijd een belangrijke rol in gespeeld. 
Een verschil tussen wetenschap en techniek is dat wetenschappers omgaan met de wereld zoals die is, terwijl ingenieurs zich een wereld voorstellen zoals die zou kunnen zijn. Het is de taak van de ingenieur om vast te stellen wat mensen willen of nodig hebben en om de beste manier te bedenken om het waar te maken. Zo maken zij onze samenleving beter door onverwachte en vooruitstrevende nieuwe oplossingen te bedenken voor hedendaagse vraagstukken. Zonder hen geen internet, geen duurzame energie, geen veilige mobiliteit en geen slimme zorg. Weinig vakgebieden hebben zo’n direct en positief effect op het alledaagse leven als de ingenieurswetenschappen.

In de laatste eeuw zijn veel technische prestaties zo gebruikelijk geworden dat we ze als vanzelfsprekend zijn gaan zien. Zo is er de wekker die ons wakker maakt, zijn er de lampen die onze omgeving verlichten en is er de auto die ons naar onze bestemming brengt. We maken dagelijks gebruik van computer- en communicatietechnologieën en kopen met gemak goederen en diensten van over de hele wereld. Naast deze vanzelfsprekendheden, zijn er ook subtielere technische prestaties, zoals verkeerslichten die een schema volgen en zelfhelende materialen die worden gebruikt in de gebouwen waar we wonen en werken. Kortom, het werk van ingenieurs omringt ons en is deel van elk aspect van ons leven. De beste vindingen worden bedacht in een creatieve omgeving met veel innovatieve bedrijven en bedrijfjes, waar volop mogelijkheden voor ontmoeting, kruisbestuiving en open innovatie wordt gecreëerd. Een plek als Brainport is daarvoor ideaal.

Ingenieurs betekenen veel voor onze samenleving. Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) organiseert daarom de jaarlijkse Ingenieur van het Jaar verkiezing. De winnaar ontvangt sinds dit jaar de Prins Friso Ingenieursprijs. Met deze verkiezing wil KIVI de meerwaarde van ingenieurs voor de maatschappij zichtbaar maken en tevens laten zien dat een ingenieursstudie een gevarieerd en aantrekkelijk carrièreperspectief biedt. De prijsuitreiking vindt plaats tijdens de Dag van de Ingenieur op 18 maart a.s. op de campus van de Universiteit Twente. U bent van harte welkom.

Micaela dos Ramos

Directeur Koninklijk Instituut Van Ingenieurs

maandag 19 januari 2015

De achteruitkijkspiegel

Aan het einde van het jaar kijken we vaak terug. Via de ‘beroemde’ lijstjes, variërend van serieuze jaaroverzichten tot de oudejaarsconferences. Het geeft ons een goed gevoel om alles even te laten passeren. Wat hebben we bereikt, wat is er allemaal veranderd? Afgelopen jaar zijn er voor mij twee belangrijke gebeurtenissen: de start van het High Tech Software cluster en het Data Science Center Eindhoven (DSC/e) van de TU Eindhoven. Twee belangrijke ontwikkelingen voor de regio! Waarom? De trend Industrie4.0, zie de blog van Joep Brouwers, heeft zich in alle hevigheid doorgezet. Met de komst van vijf zogenoemde Fieldlabs vormen de Brainport regio en Zuidvleugel (Zuid-Holland) belangrijke knooppunten van de Smart Industry in Nederland. Beide regio's gaan zich storten op de allernieuwste ICT-ontwikkelingen om te komen tot een meer efficiënte, flexibele en kwalitatieve wijze van produceren. Met de provincie Noord-Brabant, de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, TNO en Kamer van Koophandel zijn we volop aangehaakt om deze fieldlabs te ondersteunen waar mogelijk gezamenlijk een innovatieagenda op dat vlak aan te reiken. Binnen Smart Industry wordt het belang van software ontwikkeling en dataverwerking nog belangrijker, onmisbaar zelfs. Goed dat de gespecialiseerde software ontwikkelende bedrijven hun handen ineen slaan om de noodzakelijke bewustwording handen en voeten te geven en voor zichzelf een zichtbaar podium claimen. Maar, nog veel belangrijker... snelheid willen maken om BV Nederland serieus laten meedoen in de wereldwijde ‘ratrace’ om de nieuwe generatie ‘Smart Systems’ te leveren. Afgelopen jaar heeft het DSC/e zich van papier opgewerkt naar een interessant curriculum voor het komend studiejaar. Alle ingrediënten lijken nu aanwezig om te starten met baanbrekend onderzoek. Ik kijk al weer een paar stappen verder. Hoe krijgen we het bedrijfsleven nog beter aangehaakt? 

Als ik nu terugkijk op deze twee facetten, dan is het voor mij wederom duidelijk waarom onze Brainport regio zo succesvol is: omdat er zoveel positieve, enthousiaste mensen zijn die iets met anderen willen bereiken! Het was voor mij een geweldig jaar omdat zij, samen met Brainport Development, vol energie ergens voor durven gaan. Een droom najagen, waarvan je vooraf niet precies weet waar hij gaat eindigen! En ik zou geen Brabander zijn als ik het niet meteen zou afzwakken met een, ''natuurlijk moeten we nog veel doen''. Echter, overtuigd van ons kunnen, wil ik afsluiten met variant op de standaard eindregel van Will Luikinga, Veronica columnist uit andere tijden: Rij voorzichtig, denk aan ons! We komen eraan!

Wim Renders
Projectleider Brainport Development

vrijdag 30 mei 2014

Anders dan Verwacht














“Dat is dus niet waar”. We lopen op het terrein van de High Tech Campus. Ik ben, voor zover ik weet, de enige student die mee is met een rondleiding bij het Holst Centre. Naast me lopen een dertiger en een zestiger, beiden technici en werkzaam geweest bij Philips, NXP en VDL. Geweest, want ze zijn nu werkzoekend. Ontslagen vanwege de crisis.

Het bezoek is een van de eerste events die ik bezoek tijdens de Dutch Technology Week. Als student Innovatiewetenschappen ben ik op zoek naar wat deze hightechregio zo bijzonder maakt. Het thema van dit jaar is ‘Week of Wonders’. Verrast word ik zeker.

De dertiger en zestiger weerspreken de veelgehoorde uitspraak dat er duizenden vacatures voor ingenieurs in de regio Eindhoven zijn. “Dat is dus niet waar.” Waarom worden ze anders niet aangenomen?

Gek genoeg spreek ik een dag later, na afloop van een debat over voedsel en technologie, een zogenoemde ‘veranderkundige’ die een middelgroot technisch exportbedrijf helpt groeien. “Ben je op zoek naar een baan?” Ik moet ontkennend antwoorden (‘Alleen een bijbaan’). “We zijn een middelgroot technisch bedrijf, maar nu op zoek naar mensen die in plaats van technisch innovatief, sociaal innovatief denken”.

Dit verrast me. Ook al ken ik de achtergrond niet van de zoektocht naar banen van de dertiger en zestiger, er lijkt een wens te zijn hightech- en sociale innovatie in toenemende mate te willen combineren. Is dat de volgende stap in het ontwikkelproces voor deze regio?

Dirk Janssen,
Student Innovatiewetenschappen TU/e

donderdag 15 mei 2014

Spring is in the air



It was a wonderful spring for Dutch manufacturing industries this year. It was not only the results of 2013 that made us smile. Over the whole line they were pretty good. For certain if you consider the recession our economy was suffering for almost the whole of 2013. But it was something else that made us smile even more.

There is really something new coming up, a kind of revolutionary thing that will change our Brainport industrial ecosystem profoundly: smart industry.

It started in Germany where in the second half of 2013 a report was published under the title ‘Industrie 4.0’. It described how the internet revolution of the last three decades is now entering the manufacturing industries. After it has changed retail, financial services and dramatically entered the daily live of us citizens and consumers, it is going to change the way we make things.

And like it happens often it was already amongst us for several years, now suddenly it stares in our faces. When I was at the Hannover Messe in April it was suddenly everywhere. Just like Dutch High Tech was all over the place there. And last week in Den Bosch at the High Tech Fair it was all over the place as well.

I believe this is just as exciting as spring announcing summer. Because I believe there is no industrial region in the world more ready for this new age as the Brainport region. Brainport Industries demonstrates we understand what it is to live in a network society. The new institutes at the TU/e for Data Science and for High Tech Manufacturing show we realize we have to prepare for a new industrial age. VDL in Born is building one of the first factories 4.0. And sure this new age will be disruptive as well, but it will also bring new growth and new opportunities. Spring is in the air.

Joep Brouwers,
Vice director Brainport Development